Online sinds 1996!In de Alkmaarsche Courant van dinsdag 22 oktober 1996 stond het volgende artikel (met foto) over Henk Mons (geb. 19-08-1959 H'Wijk, zoon van Hendrik Mons en Alberta Foppen) uit Akersloot:

'Mannen hebben een speeltje nodig'
Van onze medewerkster Joke van der Weijden.
AKERSLOOT.
Hij is rose. Natuurlijk is-ie rose. Zo'n slee hoort gewoon rose te zijn. En toch dacht Henk Mons aanvankelijk dat-ie rood was. De neonverlichting van de showroom had hem op het verkeerde been gezet. Stom natuurlijk, want een echte Chrysler van het type Windsor uit 1957 is uiteraard rose. Of mintkleurig. Dat had ook gekund. Maar rose is wel zo mooi.
En hij zuipt benzine. Hoeveel? Henk Mons (36) uit Akersloot wil het niet weten. "Wat maakt dat nou uit?" roept hij met groot gevoel voor drama. "Met zo'n auto rijd je misschien 1000 kilometer per jaar. Van het benzineverbruik hoef je dus niet wakker te liggen. En dat doe ik dan ook niet."
Waarom-ie het bakbeest met z'n enorme vleugels heeft gekocht? Mannen hebben een speeltje nodig! Henk Mons is er heilig van overtuigd dat het merendeel van de mannelijke wereldbevolking zijn mening deelt. Vrouwen investeren in huis, meubeltjes en kinderen. Mannen kopen een speedboot, een racemonster of een sportwagen. Henk Mons vond zijn speeltje in een klassieker maar dan wel in een Amerikaan uit de jaren waarin 't allemaal niet extreem genoeg kon zijn. Hoe groter, hoe mooier, hoe uitbundiger, hoe beter.
En dus bezweek hij voor een Chrysler Windsor uit 1957 met 300 pk onder de motorkap, een 6 liter motor, 8 cilinders en een ledig gewicht van 2000 kilo. De auto is maar liefst 2,05 m breed, geen vervoermiddel dus om je lekker mee te bewegen door de smalle straatjes van de binnenstad. Maar Henk Mons woont in Akersloot en voor een tochtje met zijn auto zoekt hij de ruimte op. Want haast moet je niet hebben met zo'n grote bak: rijden is puur genieten en daar neem je alle tijd voor.
En ja, hoe begin je zoiets. Je hebt een biertje (te veel) op en ineens ben je de gelukkige eigenaar van een Ford Thunderbird uit 1963. Je gaat op informatie uit en merkt dat het eigenlijk allemaal hartstikke leuk is. Op meetings zie je nog grotere en mooiere auto's dan die van jezelf. En dus koop je er nog eentje bij. Waarom wil een vrouw er na haar eerste kind nog eentje bij? Of twee! Henk Mons: "Ik was eigenlijk op zoek naar een Cadillac. Ik wist er een te staan, maar dat was niks. En toen zag ik deze Windsor. Hij was wel een poepie duurder, maar ik stapte er in en was meteen verkocht. Toen ik naar huis ging had ik er weer een auto bij."
Nee, milieuvriendelijk is-ie niet. Hij rijd op gelode benzine. "Mijn loodjunk" noemt Mons hem. En het bijbehorende excuus heeft hij ook al bedacht: "Hij was toch al gebouwd. En het zou toch eeuwig zonde zijn als deze auto's uit het straatbeeld zouden verdwijnen". Want de Chrysler Windsor, waarover hij trouwens niet veel weet omdat-ie in geen enkele catalogus genoemd wordt, vertegenwoordigd een tijdsbeeld, zegt Henk Mons. Een periode waarin alles kon, waarin niets gek genoeg was. Onpraktisch? Dat zal wel. Het was hoe dan ook een waanzinnige tijd, een tijd in ieder geval om te koesteren.