Online sinds 1996!
Deze rubriek is bedacht door mijn vader, Niek Mons, die meteen de spits afbijt.
Dit verhaal gaat over Nikus Mons, geb. 10-09-1861 H'Wijk, gehuwd 01-11-1882 H'Wijk met Petertje Riphagen, geb. 13-05-1862 H'Wijk.
Herinneringen aan mijn grootvader, De oude veertiger.
In het vissershuisje in Harderwijk stond in de achterkamer een oude wankele trap, naast de potkachel, die naar het zoldertje leidde. Opa Nikus schiep graag een waas van geheimzinnigheid rond het zoldertje. Hij strekte bij ons bezoek zijn hand naar boven, zoals een kapitein naar de brug van zijn schip wijst.
'Daar boven staat een grote koffer, die mijn oom mee had tijdens de tocht naar Rusland, toen hij onder Napoleon diende. Ook zijn trommel ligt er nog, die prachtig blinkt in het zonlicht. Hij was trommelslager. Zijn uniform hangt erbij met zilveren knopen en gouden tressen'. Dat alles werd met veel gebaren verteld.
Toen ik enkele passen deed in de richting van het laddertje, weerde oma Pietje me af. Haar kanten muts schudde tegelijk met haar wijsvinger heen en weer.
Het gesprek ging alweer over iets anders, namelijk de afnemende visserij in Harder- wijk. De bel ging en opa en oma gingen naar de deur. Ik ging snel het laddertje op, naar de schatten uit Rusland kijken. Alleen een scheepskist was er te zien. Waarschijn- lijk van een van zijn zoons, die bij de marine had gediend.
Opa Nikus had nogal wat fantasie en als hij zo'n bui had en er waren kleinkinderen op bezoek, trommelde hij alle kinderen uit de straat er ook bij. De jeugd werd in een cirkel gezet en dan kwamen de verhalen los. Favoriet was wel het sprookje van de schipbreuk op de Zuiderzee. Een schipper kwam tijdens een storm in nood. Zijn vrouw en kinderen waren ook op het schip. Toen het schip bijna gezonken was, kwam er een pannenkoek aandrijven, die door een reuzenechtpaar in Friesland was gebakken. Bij het omgooien van de pannenkoek was hij te water geraakt. Het hele gezin kon er op drijven. Door de honger gedreven moesten ze er wel van eten. Toen er bijna niets meer over was werden ze op het nippertje gered.
Als oud visser had hij grote belangstelling voor de scheepswerf, de helling zoals hij die noemde. Tijdens een wandeling gaf hij druk pratend zijn commentaar over de goede en slechte eigenschappen van de vissersschepen in aanbouw. Op mij als kleine jongen kwam hij heel deskundig over.
Als voorzitter van de Zuiderzee vereniging te Harderwijk werd hij eens uitgenodigd voor een vergadering in Krasnapolsky in Amsterdam. Ingenieur Lely wilde met andere autoriteiten een plan opstellen voor de gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk. Voor de aanvang van het diner stond opa Mons op om zijn excuses te maken. 'Heren, ik hoop dat u het niet kwalijk zult nemen als onze eetgewoonten niet hetzelfde zijn als die van u'.
Behalve als visser heeft hij ook als beurtschipper gevaren tussen Harderwijk en Amsterdam. Hij mocht ook graag handelen in vis, die hij van familieleden maar ook van de veiling betrok. Daar zaten de mannen dan achter de knoppen, en probeerden elkaar de loef af te steken. Met ‚‚n vinger bij de knop en ‚‚n oog op de veilingklok gingen ze moppen vertellen om elkaar af te leiden en toch net op tijd af te drukken.Dan ging opa met zijn handkar met dubbele bodem uitventen. Aan het eind van de middag werden er telkens een paar vissen naar boven gehaald. Hij belde aan. 'Me- vrouwtje, voor u heb ik speciaal nog wat lekkere vissen bewaard. Het zijn de laatsten'. Dat 'mevrouwtje' hoorde bij hem, hij zei overal 'tje' achter. Dat kwam misschien omdat zijn vrouw Pietje heette. Dan bleef hij daarmee doorgaan. Zo van: 'Mijn Godje, wat gaan we vandaag weer beleven'.
Op een dag kwam opa op bezoek bij mijn vader die toen in Zevenaar woonde waar hij bij de douane werkte. Op het perron ziet hij een pastoor staan wachten. Die zal hij in het protestantse Harderwijk niet veel gezien hebben. Hij stapt op hem toe: 'Zeg man, wat doe je nou als kerel met zo'n rok aan?'. De pastoor werd even kwaad, maar naderhand werden ze grote vrienden.
Ruzie om een geloofsovertuiging was trouwens niets voor opa. Als ‚‚n van zijn kinderen verkering kreeg met iemand van een andere kerkelijke richting, dan werd er een muntstuk opgegooid. Kop is gereformeerd, Munt is hervormd. Het lot besliste zo de godsdienst van het koppel.
Bij bepaalde geledenheden in mijn leven moest ik soms sterk terugdenken aan hem. Bijvoorbeeld bij het lezen van 'The old man and the sea' geschreven door E. Hem- mingway. Door de sterke verhalen.
Ook bij het zien van de musical 'Fiddler on the roof'. Lex goudsmit als hoofdrolspeler zit bij de aanvang van het stuk met zijn viool boven op het dak te spelen. Niet dat opa viool kon spelen (waar zou hij het geld vandaan hebben moeten halen om er een te kopen...). Wat uiterlijk betreft echter, leek hij er sterk op: een wat donker zuiderlijk type.
In de musical blijft Lex, zijn vrouw vragen: 'Hou je van me'. Zij antwoord ontwij- kend: 'Ik heb 40 jaar je kleren gewassen en je sokken getopt. Wat wil je nou?'. Lex: Dat vraag ik niet. Hou je van me?'. Zij: 'Ik heb jaren voor je kinderen gezorgd en je verhalen aangehoord, wat wil je nou?'.
Niet dat er twijfel was over houden van bij opa en oma, die waren rustig honderd jaar bij elkaar gebleven. Maar de bravour vermengd met die onzekerheid meende ik ook bij opa te herkennen.
Dit verhaal geschreven door de jongste kleinzoon (inmiddels ook al 64) zou waar- schijnlijk door oudere kleinkinderen aan te vullen zijn, maar ja, één moet er een begin maken.
P.s. de naam oude veertiger, die als bijnaam werd gebruikt is mij ook niet helemaal duidelijk. Misschien had hij een schuitnummer 40, ook is het mogelijk dat hij er op oudere leeftijd nog steeds zo jong uitzag als 40.
Niek Mons.