Mons Site
Online sinds 1996!

Hugenoten (12-04-1997)

Hierover gaan verschillende verhalen.

Zelf denk ik dat er al Monsen in Nederland woonden voordat er Hugenoten kwamen, zie het onderstaande overzicht. Of zou Gisbertus Monts die zijn zoon liet dopen op 24 mei 1571 te Sevenum (Limburg) al een Hugenoot zijn?

Nog meer Hugenoten informatie

Later zochten Tim Koedijk en Gerke de Vries via mijn site meer informatie over de Hugenoten waar ze een verslag over maakten, ik kreeg van hen het volgende verslag:

Inhoudsopgave

I. Inleiding
II. Wat was de Reformatie?
III. Wie was Johannes Calvijn?
IV. Wie waren de Hugenoten?
V. Waarom vluchten de Hugenoten?
VI. Wat waren de gevolgen van de komst van de Hugenoten in Nederland?
VII. Wat zie je daar nu nog van?
VIII. Waarom vluchten de Hugenoten naar die landen?
IX. Conclusie

I. Inleiding

Wij kregen de opdracht om een werkstuk te maken over de 17e en 18e eeuw. Wij kwamen al snel op het onderwerp Hugenoten terecht. Hier konden wij, naar ons denken, vast veel informatie over vinden en zo dus een goed werkstuk maken. We gingen meteen aan de slag. We gingen eerst informatie zoeken over het onderwerp en daarna hebben we een taakverdeling gemaakt. Nu moesten we, omdat we allebei op vakantie gingen, zelfstandig verder werken. We hadden een datum afgesproken waarop we onze geschreven stukken samen zouden voegen en het werkstuk uitwerken. Dit werkstuk is dus tweedelig tot stand gekomen en daarna samengesmolten tot één werkstuk.

De hoofdvraag waar we voor kozen is:

"Wat voor invloed hebben de Hugenoten gehad op de samenleving in Nederland?"

Voor deze hoofdvraag hebben we gekozen omdat we eigenlijk wel wisten wie de Hugenoten waren, maar niet wat voor invloed ze hebben gehad op Nederland. Verder vonden we dit een interessante onderzoeksvraag waar we graag meer over wilden weten.

Tim Koedijk & Gerke de Vries

II. Wat was de Reformatie?

Reformatie betekent letterlijk hervorming. Hier wordt bedoeld: de kerkhervorming. Het begin van de Reformatie wordt door iedereen gesteld op 31 oktober 1517. Dit is de dag waarop de Rooms-Katholieke Augustijner monnik Maarten Luther een plakkaat op de deur van de kerk van het plaatsje Wittenberg in Duitsland spijkerde, waarop hij 95 stellingen had geschreven tegen de handel in aflaten.

Even kort over deze aflaten: men kon in die tijd bewijsjes kopen waarop stond dat je een bepaalde hoeveelheid straf voor zonden had afgekocht. Deze gang van zaken was voor Luther de aanleiding om in actie te komen. Het was zijn bedoeling om (zo ging dat in die tijd) met zijn stellingen een soort 'brede maatschappelijke discussie' op gang te brengen. In eerste instantie had niemand zin om op zijn stellingen in te gaan, maar toen er beschuldigingen van ketterij werden ingediend bij de paus, werd Luther in de gelegenheid gesteld om zijn stellingen te verdedigen. In de discussies wisten Luthers tegenstanders hem de uitspraken te ontlokken dat ook concilies konden fouten konden maken en dat de Bijbel het hoogste gezag had. Daarop besloot de paus dat Luther in de ban zou worden gedaan als hij niet binnen zestig dagen zijn stellingen herriep. Toen de zestig dagen voorbij waren verbrandde Luther de pauselijke bul en wierp hij ook het wetboek van de R.K. Kerk in het vuur. Daarop moest hij onderduiken.

In de periode die hierop volgde bleek Luther veel medestanders te hebben. In veel plaatsen ging men de leer van Luther volgen en brak men met Rome. De kern van Luthers betoog was, dat de vergeving van zonden niet verdiend kon worden door het doen van goede werken (laat staan door het kopen van aflaten), maar alleen kon worden verkregen door het geloof in Jezus.

Ook in andere landen vond Luthers gedachtengoed veel aanhang. Een bekende andere hervormer was Calvijn.

III. Wie was Johannes Calvijn?

Calvijn werd geboren op 10 juli 1509 in Noyon. Hij studeerde in zijn jeugd filosofie in Parijs en rechten in Orléans en Bourges. Eerst was Calvijn katholiek maar in 1534 bekeerde hij zich plotseling tot het Protestantisme. Calvijn had een vriend genaamd Michel Cop. Hij was rector van een Parijse universiteit genaamd ' de Sorbonne'. Die vriend hield op 1 november 1533 een redevoering over de bergrede bij de evangelist Mattheüs die mede door Calvijn opgesteld was. Omdat deze rede nogal protestants klonk, verdachten ze Cop en Calvijn van verraad. Cop en Calvijn moesten wegvluchten uit Parijs. In het jaar 1534 verliet hij Frankrijk om in Zwitserland zijn boek ,'Christianae religionis institutio' (Een korte onderwijzing in de Christelijke religie in reformatorische geest), af te maken. In maart 1536 kwam zijn boek uit. In juli 1536 was Calvijn op doorreis in Génève. Tijdens die reis liet Calvijn zich overhalen door de reformator Guillaume Farel om mee te werken aan de kerkelijke opbouw in de stad. Calvijn wilde dat wel en werd daar predikant. Calvijn wilde graag een regelmatige avondmaalsvieringen drong daarvoor vaak aan bij de raad. Die avondmaalsviering wilde hij volgens de strenge regels van de kerk. Hij drong ook aan op het invoeren van kerkelijke tucht. Hij probeerde zelfs alle burgers instemming te laten betuigen met het protestantse geloof. Maar door dit al kwam er groot verzet. Calvijn en Farel werden in april 1538 verbannen. Calvijn werd ontmoedigd en trok naar Straatsburg. Daar nam hij de zorg op zich van de Franse vluchtelingenkerk en hij werd leraar van het Nieuwe Testament aan de academie. Daar ging hij vaak om met de theoloog Martin Bucer. Ook het bijwonen van godsdienstgesprekken met de Rooms-katholieken werden voor Calvijn erg belangrijk. In Straatsburg trouwde hij met zijn vrouw Idelette de Bure. Samen kregen zij een zoon, maar die stierf vlak na de geboorte. Intussen werd er in Génève aangedrongen op de terugkeer van Calvijn. Na veel twijfels begon hij in 1541 weer met zijn werk in Génève. Snel daarna ontstond er een nieuwe kerkorde ('de Ordonnances ecclésiastiques'), een liturgie en een catechismus. In 1555 ging de overheid steeds meer de gedachten van Calvijn volgen. Daardoor kon Calvijn in 1559 een acedemie oprichten. Die werd bestuurd door de theoloog Theodorus Beza. Deze man zorgde voor een grote groei en de acedemie werd een kweekplaats voor het gereformeerde protestantisme. Calvijn stierf op 27 mei 1564. Hij werd maar 54 jaar oud.

Al met al heeft Calvijn veel invloed gehad op Frankrijk en kreeg veel aanhangers, onder wie de Hugenoten.

IV. Wie waren de Hugenoten?

In de loop van de 16e eeuw breidde het protestantse geloof, naar het voorbeeld van de hervormer Calvijn, zich steeds veder over Frankrijk uit. De aanhangers van deze protestantse leer werden in Frankrijk de Hugenoten genoemd.

Het woord 'Hugenoten' is waarschijnlijk een verbastering van het Zwitserse 'Eidgenossen' (Iguenots). In de 2de helft van de 16de eeuw komt deze naam voor als een soort scheldnaam voor de Franse protestanten. Deze bijnaam wordt vervolgens door henzelf als erenaam gekozen. Zij waren voorstanders van het verzetsrecht tegen de Franse overheid. Doordat ze de leer van Calvijn volgden zwoeren zij het katholieke geloof af. Het waren vooral erg strenge protestanten en leefden dus precies volgens de woorden van Calvijn. De Hugenoten begonnen als een godsdienstige stroming. Later kwam er ook een politieke stroming, ze kregen dus meer invloed op de politiek in Frankrijk (in 1559). Toen werd er onderscheid gemaakt tussen de 'Huguenots de réligion' en de 'Huguenots d'état'. De Hugenoten hadden veel aanhangers onder de adel en de burgers van de grote steden. Hun leider heette Gaspard de Coligny. Hij zocht naar een evenwicht tussen de godsdienstvrijheid van de Hugenoten en het nationale belang. De Hugenoten, die ongeveer 10 procent van de bevolking uitmaakten, vormden zo een soort staat in de staat. Zij waren met name geïnteresseerd in het onderwijs, zodat uit hun midden vele bekwame mannen en geleerden voortkwamen.

V. Waarom vluchtten de Hugenoten weg uit Frankrijk?

Na de Hervorming werd het calvinisme ook in Frankrijk steeds populairder, in het bijzonder ook bij de eenvoudige priesters, monniken en lagere adel. Rond 1560 was zelfs bijna 50% van de franse adel calvinist. De Hugenoten, zoals de franse calvinisten werden genoemd, werden steeds sterker. Dit kwam doordat ze zich steeds beter begonnen te organiseren. Dit was dus nadelig voor de franse koning die niet alleen katholiek was, maar ook juist bezig was om alle macht naar zich toe te trekken. De Hugenoten vormden daarvoor een bedreiging. De koning was dus fel tegen het protestantse geloof, wat leidde tot een tiental bloedige godsdienstoorlogen en moordpartijen tussen de Hugenoten en de Katholieken. Een bekend voorbeeld hiervan is de Bartholomeüsnacht waarin duizenden Hugenoten zijn vermoord. Deze moordpartij vond plaats in de nacht van 23 op 24 augustus 1572. Pas in 1598 kwam er tijdelijk een einde aan de godsdienstoorlogen. Dit kwam omdat koning Hendrik IV het 'Edict van Nantes' afkondigde, dat voor volledige vrije godsdienstoefening zorgde. Hendrik was namelijk vroeger zelf Hugenoot maar hij had dit geloof afgezworen omdat hij anders geen koning van Frankrijk kon worden. Na zijn dood kregen de Hugenoten het weer moeilijker omdat ze daarna weer een echte katholieke koning kregen. In 1627 ontstond een rebellie van de Hugenoten in la Rochelle, een belangrijke versterkte havenplaats aan de westkust van Frankrijk. Deze werd door Richelieu, een franse kardinaal die de belangrijkste adviseur van de koning was, belegerd en in 1628 door hem ingenomen. Kort daarna gaven ook de overige versterkingen van de Hugenoten zich over. In juni 1629 werd de 'vrede van Alais' gesloten. Dit was de eerste belangrijke aanpassing van het 'Edict van Nantes'. De Hugenoten verloren hun steden, havens, forten en wettelijke privileges. Het enige wat ze nog wel hielden was het recht op het 'zogenaamde hervormde geloof', zoals de katholieken het op een pesterige manier formuleerden. Een tijd lang bleef het vrij rustig totdat Lodewijk XIV in 1685 besloot om het Edict van Nantes te herroepen. Vanaf dat moment mochten de Hugenoten helemaal niks meer. Ze mochten hun geloof niet uitoefenen, hun kinderen niet protestants opvoeden en het land niet uit. Alle protestantse kerken werden vernietigd, veel protestantse kinderen werden gekidnapt om ze dan katholiek te laten opvoeden en alle Hugenoten werden uit strategische steden, zoals bijvoorbeeld Parijs, verdreven. Het verbod op emigratie mislukte echter. Want van de meer dan 1 miljoen Hugenoten in Frankrijk voerden veel van hen hun geloof stiekem uit en ruim 200 duizend Hugenoten verlieten Frankrijk om naar veilige plaatsen te gaan. Ruim 75 duizend Hugenoten kwamen naar Nederland en de rest verspreide zich over Europa, vooral naar Engeland en Duitsland (Brandenburg). Sommige vertrokken zelfs naar verre landen zoals Amerika en Afrika.

VI. Wat waren de gevolgen van de komst van de Hugenoten in Nederland?

De protestanten hadden allereerst natuurlijk ook hun eigen kerken, die waren in Frankrijk vernietigd en dus gingen ze deze in Nederland opnieuw bouwen. In vele ballingsoorden werden de zogehete 'Waalse Kerken' gesticht. Dit was natuurlijk niet het enig wat de Hugenoten met zich mee brachten. Ze brachten namelijk ook een hoop kennis en vaardigheden met zich mee. Vele van hen waren bekend in de wereld van de handel en de industrie. Hier had Nederland veel aan omdat er niet veel Nederlanders hiermee bekend waren. Voor Frankrijk was het vertrek van vele Hugenoten een ramp voor de economie, want net zoals in Nederland waren deze vaardigheden in Frankrijk heel zeldzaam en nu dus bijna nergens meer te bekennen. Dit was niet het enige wat Lodewijk XIV verkeerd had ingeschat. Omdat de Hugenoten zoveel onrecht is aangedaan keerden veel van hen ook met een grote woede naar Nederland. De Hugenoten zette dus heel veel andere landen tegen Frankrijk op. Er kwamen dus steeds meer oorlogen tegen Frankrijk, die dus gemakkelijk te winnen waren. Het was dus een grote fout van Lodewijk XIV om het Edict van Nantes te herroepen. Namelijk, door de Hugenoten schiet de economie van Frankrijk omlaag en Frankrijk heeft nu veel meer vijanden waarmee ze oorlogen voeren die ze niet kunnen winnen.

VII. Wat zie je daar nu nog van?

Er staan nog veel Waalse kerken in Nederland, onder andere in Amsterdam, Utrecht, Leiden en Deventer. In Leiden staat overigens ook de 'Bibliotheque Wallone' (dit is de bibliotheek van de Waalse gemeenten) ondergebracht in de Universiteits Bibliotheek. Verder is er in Amsterdam de 'Nederlandse Hugenoten Stichting' gevestigd. Deze stichting bestaat sinds 1975 en heeft tot doel de bestudering van de gevluchte Hugenoten. Er zijn ook nog veel afstammelingen van de Hugenoten in Nederland. Deze kan je herkennen aan hun achternamen zoals de families Bienfait, Guepin, Mercier en de bekende familie Boissevain.

VIII. Waarom vluchtten de Hugenoten naar die landen?

De Hugenoten vluchtten naar die landen omdat ze een grote welvaart hebben en omdat het calvinisme daar de erkende godsdienst is. Ze vluchtten ook naar sommige landen om dat ze erg tolerant zijn. Plaatselijke en provinciale autoriteiten die soms door godsdienstig saamhorigheidsgevoel of economisch belang worden aangetrokken, helpen vakbekwame handwerkslieden onder de Hugenoten zich te vestigen en verlenen hen belastingfaciliteiten en andere gunsten. Tussen 1681 en 1684 neemt Amsterdam al meer dan 2.000 van deze vluchtelingen op.

IX. Conclusie

Nu merk je bijna niks meer van de invloed die de Hugenoten gehad hebben op Nederland, behalve dan de Waalse Kerken en vele stichtingen die aan de Hugenoten gewijd zijn. Ook zijn er nog vele families opzoek naar hun afkomst en wat voor rol hun families in die tijd hebben gehad. In de tijd dat de Hugenoten naar Nederland vluchten had dat echter meer invloed. De Hugenoten beschikten namelijk over veel kennis in de handel en industrie. De meeste Nederlanders beschikten hier niet over, het was zelfs zeldzaam in Nederland. Dit was dus heel gunstig voor de economie.