Online sinds 1996!
Vissen: De vissers vertrokken s'zondags nachts om 12 uur en bleven meestal een hele week weg. Ze namen groente en aardappels mee, olie om in te bakken, en enkele emmers water. s'Zaterdags kwam de vloot weer terug en was het een drukke boel in de haven. Er werd al jong geleerd om te vissen: als de jongens (een jaar of 12) van school kwamen, gingen ze de zee op.
In 1895 werd in H'Wijk de haven aangelegd, daarvoor lagen de boten aangemeerd aan lange palen.
10 maart 1909: De Zuiderzeevisscherijvereniging 'Onze Toekomst' werd opgericht.
Januari 1916: Watersnood, Door een orkaanstorm ligt half Harderwijk onder water en sloegen veel botters op drift.
Op 25 juli 1918 werd de Zuiderzeesteunwet aangenomen. Degenen die op 25 juli 1918 hun hoofdbestaan uit de visserij hadden, konden een vergoeding krijgen voor als de afsluitdijk werd gesloten. Per gezin f10,- en 1 gulden per kind. Er was geen schadevergoeding voor bedrijf of verlies van materialen.
In de periode 1918-1933 gingen steeds meer visserszoons niet meer de zee op. Na het afsluiten van de Zuiderzee (afsluitdijk) vonden veel vissers een nieuw bestaan in de eendenhouderijen, pluimveebedrijven en in kazernes.
Tot 1926-1927 werd de vis nog per hondenkar of paard en wagen vervoerd.
In strenge winters werd er spiering gevangen door in het ijs een gat te hakken en daar netten doorheen te steken. Dit was o.a. het geval in januari/ februari 1929.
