Online sinds 1996!
|_Aalt_____________Barend___________Aalt_____________Jasmijn
| | Jansje Grietje | ? Steiner -
_Andries__|_Barend__| |_Erna
Antonia | Barta | (Erwin)
| |_Toon_____________Barend___________N.N.
| | Cor N.N. | -
| | |_N.N.
-
VERHUISD:
Jolanda Mons, Amsterdam
D. Mons, Rijswijk ZH.
Mathilde Mons, Alkmaar
AANTAL ABONNEES: 57
Eind vorig jaar ben ik met Linda een weekje naar de Veluwe geweest waar we o.a. de archieven Arnhem, Nijmegen en Zutphen hebben bezocht (het was niet alleen genealogie hoor, Movieworld was ook erg leuk...). Linda was in eerste instantie niet zo enthousiast, maar nadat ze vele gegevens vond over haar eigen familie, was ze het archief niet meer uit te slepen. Ze vond meer dan ik... De resultaten vindt u in de rubriek 'De stand van zaken'.
Groeten, Huub.
*** Genealogie Jan de Blauw ***
Jan de Blauw, sergeant en fourier koloniaal werfdepot, geb. ca. 1831,
ovl. 07-01-1860 H'Wijk, zoon van Jacob den Blauw en Neeltje Klaassen.
Hij is getr. 20-01-1858 H'Wijk met Gerritje(n) Mons, geb. 25-02-1829
H'Wijk, dochter van T(h)ijs Samuelse Mons en Maartje Wouters.
Uit dit huwelijk:
1 Wilhelmina Jacoba Mons!, geb. 30-07-1857 H'Wijk.
2 Margaretha de Blauw, geb. 1859 H'Wijk, ovl. 03-01-1860.
- gezin Matthijs Mons & Berendje van Buerick:
V: Komt Matthijs uit Venlo?
A: Helaas is o.a. de trouwakte van Matthijs en Berendje zeer slecht leesbaar.
V: Is Matthijs dan dezelfde persoon als Matthias geb. 23-04-1658 te Venlo?
A: Tsja... Misschien lukt het nog deze vraag op te lossen door na te gaan
waar Matthijs soldaat was. Het is al bekend dat Matthijs soldaat ruyter was
bij hr. v. d. Oye.
V: Wanneer is zoon Matthijs geboren?
A: Dit heeft niemand nog kunnen vinden.
- gezin Andries Andriessen & Christina Schaftenaar:
V: Was Andries 3 keer gehuwd? Hier had ik nog twijfels over...
A: Het lijkt erop van wel! Ik heb alle drie de trouwaktes nagezien, waarbij het
steeds gaat om een Andries Andriessen die soldaat is onder lt. gen.
Glinstra. Bij zijn 2e huwelijk zijn geen bijzonderheden vermeld, maar bij
het 3e huwelijk is vermeld dat hij weduwnaar was.
V: Wie zijn de ouders van Andries Andriessen?
A: Ik ben begonnen met het uitzoeken van personen Andriessen in Gelderland,
er blijken er rond die tijd veel te zijn... Ook hier kan het nodig zijn het
soldaten leven van Andries uit te pluizen.
V: Wanneer zijn de 1e twee vrouwen van Andries Andriessen overleden? Dit
kan de meerdere huwelijken verklaren, in de 3e trouwakte is hij weduw-
naar!
A: Dat heb ik helaas niet kunnen vinden.
Wel vond ik nog:
Op de homepage staan o.a. delen van de genealogie 'Mons' en een overzicht van de familiebladen. De homepage wordt goed bezocht, op dit moment gemiddeld twee keer per dag, door mensen uit de hele wereld (o.a. Duitsland, VS, Marokko, België, Portugal, Denemarken, Finland, Japan, Zuid Korea, Frankrijk, Zweden, Australië, Noorwegen, Canada en Hong Kong). Vanaf augustus 1996 al meer dan 300 bezoekers!
'Mannen hebben een speeltje nodig'
Van onze medewerkster Joke van der Weijden.
AKERSLOOT.
Hij is rose. Natuurlijk is-ie rose. Zo'n slee hoort gewoon rose te zijn. En toch dacht Henk Mons aanvankelijk dat-ie rood was. De neonverlichting van de showroom had hem op het verkeerde been gezet. Stom natuurlijk, want een echte Chrysler van het type Windsor uit 1957 is uiteraard rose. Of mintkleurig. Dat had ook gekund. Maar rose is wel zo mooi.
En hij zuipt benzine. Hoeveel? Henk Mons (36) uit Akersloot wil het niet weten. "Wat maakt dat nou uit?" roept hij met groot gevoel voor drama. "Met zo'n auto rijd je misschien 1000 kilometer per jaar. Van het benzineverbruik hoef je dus niet wakker te liggen. En dat doe ik dan ook niet."
Waarom-ie het bakbeest met z'n enorme vleugels heeft gekocht? Mannen hebben een speeltje nodig! Henk Mons is er heilig van overtuigd dat het merendeel van de mannelijke wereldbevolking zijn mening deelt. Vrouwen investeren in huis, meubeltjes en kinderen. Mannen kopen een speedboot, een racemonster of een sportwagen. Henk Mons vond zijn speeltje in een klassieker maar dan wel in een Amerikaan uit de jaren waarin 't allemaal niet extreem genoeg kon zijn. Hoe groter, hoe mooier, hoe uitbundiger, hoe beter.
En dus bezweek hij voor een Chrysler Windsor uit 1957 met 300 pk onder de motorkap, een 6 liter motor, 8 cilinders en een ledig gewicht van 2000 kilo. De auto is maar liefst 2,05 m breed, geen vervoermiddel dus om je lekker mee te bewegen door de smalle straatjes van de binnenstad. Maar Henk Mons woont in Akersloot en voor een tochtje met zijn auto zoekt hij de ruimte op. Want haast moet je niet hebben met zo'n grote bak: rijden is puur genieten en daar neem je alle tijd voor.
En ja, hoe begin je zoiets. Je hebt een biertje (te veel) op en ineens ben je de gelukkige eigenaar van een Ford Thunderbird uit 1963. Je gaat op informatie uit en merkt dat het eigenlijk allemaal hartstikke leuk is. Op meetings zie je nog grotere en mooiere auto's dan die van jezelf. En dus koop je er nog eentje bij. Waarom wil een vrouw er na haar eerste kind nog eentje bij? Of twee! Henk Mons: "Ik was eigenlijk op zoek naar een Cadillac. Ik wist er een te staan, maar dat was niks. En toen zag ik deze Windsor. Hij was wel een poepie duurder, maar ik stapte er in en was meteen verkocht. Toen ik naar huis ging had ik er weer een auto bij."
Nee, milieuvriendelijk is-ie niet. Hij rijd op gelode benzine. "Mijn loodjunk" noemt Mons hem. En het bijbehorende excuus heeft hij ook al bedacht: "Hij was toch al gebouwd. En het zou toch eeuwig zonde zijn als deze auto's uit het straatbeeld zouden verdwijnen". Want de Chrysler Windsor, waarover hij trouwens niet veel weet omdat-ie in geen enkele catalogus genoemd wordt, vertegenwoordigd een tijdsbeeld, zegt Henk Mons. Een periode waarin alles kon, waarin niets gek genoeg was. Onpraktisch? Dat zal wel. Het was hoe dan ook een waanzinnige tijd, een tijd in ieder geval om te koesteren.
Dit verhaal gaat over Nikus Mons, geb. 10-09-1861 H'Wijk, gehuwd 01-11-1882 H'Wijk met Petertje Riphagen, geb. 13-05-1862 H'Wijk.
Herinneringen aan mijn grootvader, De oude veertiger. 
In het vissershuisje in Harderwijk stond in de achterkamer een oude wankele trap, naast de potkachel, die naar het zoldertje leidde. Opa Nikus schiep graag een waas van geheimzinnigheid rond het zoldertje. Hij strekte bij ons bezoek zijn hand naar boven, zoals een kapitein naar de brug van zijn schip wijst.
'Daar boven staat een grote koffer, die mijn oom mee had tijdens de tocht naar Rusland, toen hij onder Napoleon diende. Ook zijn trommel ligt er nog, die prachtig blinkt in het zonlicht. Hij was trommelslager. Zijn uniform hangt erbij met zilveren knopen en gouden tressen'. Dat alles werd met veel gebaren verteld.
Toen ik enkele passen deed in de richting van het laddertje, weerde oma Pietje me af. Haar kanten muts schudde tegelijk met haar wijsvinger heen en weer.
Het gesprek ging alweer over iets anders, namelijk de afnemende visserij in Harderwijk. De bel ging en opa en oma gingen naar de deur. Ik ging snel het laddertje op, naar de schatten uit Rusland kijken. Alleen een scheepskist was er te zien. Waarschijnlijk van een van zijn zoons, die bij de marine had gediend.
Opa Nikus had nogal wat fantasie en als hij zo'n bui had en er waren kleinkinderen op bezoek, trommelde hij alle kinderen uit de straat er ook bij. De jeugd werd in een cirkel gezet en dan kwamen de verhalen los. Favoriet was wel het sprookje van de schipbreuk op de Zuiderzee. Een schipper kwam tijdens een storm in nood. Zijn vrouw en kinderen waren ook op het schip. Toen het schip bijna gezonken was, kwam er een pannenkoek aandrijven, die door een reuzenechtpaar in Friesland was gebakken. Bij het omgooien van de pannenkoek was hij te water geraakt. Het hele gezin kon er op drijven. Door de honger gedreven moesten ze er wel van eten. Toen er bijna niets meer over was werden ze op het nippertje gered.
Als oud visser had hij grote belangstelling voor de scheepswerf, de helling zoals hij die noemde. Tijdens een wandeling gaf hij druk pratend zijn commentaar over de goede en slechte eigenschappen van de vissersschepen in aanbouw. Op mij als kleine jongen kwam hij heel deskundig over.
Als voorzitter van de Zuiderzee vereniging te Harderwijk werd hij eens uitgenodigd voor een vergadering in Krasnapolsky in Amsterdam. Ingenieur Lely wilde met andere autoriteiten een plan opstellen voor de gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk. Voor de aanvang van het diner stond opa Mons op om zijn excuses te maken. 'Heren, ik hoop dat u het niet kwalijk zult nemen als onze eetgewoonten niet hetzelfde zijn als die van u'.
Behalve als visser heeft hij ook als beurtschipper gevaren tussen Harderwijk en Amsterdam. Hij mocht ook graag handelen in vis, die hij van familieleden maar ook van de veiling betrok. Daar zaten de mannen dan achter de knoppen, en probeerden elkaar de loef af te steken. Met één vinger bij de knop en één oog op de veilingklok gingen ze moppen vertellen om elkaar af te leiden en toch net op tijd af te drukken.
Dan ging opa met zijn handkar met dubbele bodem uitventen. Aan het eind van de middag werden er telkens een paar vissen naar boven gehaald. Hij belde aan. 'Mevrouwtje, voor u heb ik speciaal nog wat lekkere vissen bewaard. Het zijn de laatsten'. Dat 'mevrouwtje' hoorde bij hem, hij zei overal 'tje' achter. Dat kwam misschien omdat zijn vrouw Pietje heette. Dan bleef hij daarmee doorgaan. Zo van: 'Mijn Godje, wat gaan we vandaag weer beleven'.
Op een dag kwam opa op bezoek bij mijn vader die toen in Zevenaar woonde waar hij bij de douane werkte. Op het perron ziet hij een pastoor staan wachten. Die zal hij in het protestantse Harderwijk niet veel gezien hebben. Hij stapt op hem toe: 'Zeg man, wat doe je nou als kerel met zo'n rok aan?'. De pastoor werd even kwaad, maar naderhand werden ze grote vrienden.
Ruzie om een geloofsovertuiging was trouwens niets voor opa. Als één van zijn kinderen verkering kreeg met iemand van een andere kerkelijke richting, dan werd er een muntstuk opgegooid. Kop is gereformeerd, Munt is hervormd. Het lot besliste zo de godsdienst van het koppel.
Bij bepaalde geledenheden in mijn leven moest ik soms sterk terugdenken aan hem. Bijvoorbeeld bij het lezen van 'The old man and the sea' geschreven door E. Hemmingway. Door de sterke verhalen.
Ook bij het zien van de musical 'Fiddler on the roof'. Lex goudsmit als hoofdrolspeler zit bij de aanvang van het stuk met zijn viool boven op het dak te spelen. Niet dat opa viool kon spelen (waar zou hij het geld vandaan hebben moeten halen om er een te kopen...). Wat uiterlijk betreft echter, leek hij er sterk op: een wat donker zuiderlijk type.
In de musical blijft Lex, zijn vrouw vragen: 'Hou je van me'. Zij antwoord ontwijkend: 'Ik heb 40 jaar je kleren gewassen en je sokken getopt. Wat wil je nou?'. Lex: Dat vraag ik niet. Hou je van me?'. Zij: 'Ik heb jaren voor je kinderen gezorgd en je verhalen aangehoord, wat wil je nou?'.
Niet dat er twijfel was over houden van bij opa en oma, die waren rustig honderd jaar bij elkaar gebleven. Maar de bravour vermengd met die onzekerheid meende ik ook bij opa te herkennen.
Dit verhaal geschreven door de jongste kleinzoon (inmiddels ook al 64) zou waarschijnlijk door oudere kleinkinderen aan te vullen zijn, maar ja, één moet er een begin maken.
P.s. de naam oude veertiger, die als bijnaam werd gebruikt is mij ook niet helemaal duidelijk. Misschien had hij een schuitnummer 40, ook is het mogelijk dat hij er op oudere leeftijd nog steeds zo jong uitzag als 40.
Niek Mons.